Oerwoud in je hoofd

Een verhaal

Deel eerst maar even uit aan de gasten Myriam”

“Ja, dat is inderdaad vervelend dat je niet bij het meidengroepje op school mag horen, zorg maar dat je dat soort pest gedrag zelf nooit doet!”

“Myriam!!! Niet die stiften van je zus pakken, ‘wat u niet wil dat u geschied, doe dat ook een ander niet’….ken je dat spreekwoord?!!”

“Straks Myriam, straks mag jij je verhaal doen, eerst even luisteren naar de grote mensen”

“Wees altijd goed voor de ander Myriam”

“Niet zo egoïstisch…”

“Die afspraak om een boek te lezen stel je maar even uit, er is nu even iemand die je nodig heeft”

“Eerst werk…dan plezier!”

Diepgeworteld.

Platgetreden paadjes door het oerwoud van haar hoofd.

De glazen van de bril waardoor ze naar de wereld kijkt zijn gekleurd met het glas dat zegt: “eerst de ander, eerst het werk, niet zo egoïstisch!!” En de kleuren van dat glas zijn voor haar de waarheid geworden. In de kerk werd dat bevestigd: “God boven alles en je naaste….het “als jezelf”was een aanhangsel. Gevaarlijk want voor je het weet viel je in de kuil van zelfzucht, trots en egoïsme. Elke preek was erop gericht om duidelijk te maken dat de mens is gevallen, “het is niets en het wordt ook nooit wat”, misschien nog een beetje als je hard best doet.

Positieve woorden? Doe nou maar normaal, dan doe je al gek genoeg!

Knuffelen? Dat is voor baby’s.

Tijd voor elkaar? Als het werk gedaan is.

Wees maar dienstbaar, dan doe je iets goeds.

Het vulde haar hart niet. Het werd een droge woestijngrond snakkend naar water.

Lees de bijbel maar, daar vind je levend water. Kom op beetje discipline graag!” Och wat vocht ze, wat zorgde ze, wat poetste ze, wat werkte ze!! En nu? Leeg gegeven, een lege kruik waar geen druppel meer uit te persen is. Het lukt niet meer om op te laden, de onrust is te groot. Het gevoel niet goed genoeg te zijn, tekort te schieten, tekort. De kerk benauwd, je moet er van alles: in de boot, uit de boot, over water, er dwars doorheen, strek je uit, hou je in……”laat uw vriendelijkheid alle mensen bekent zijn”.

En nou fietst ze terug van een gesprek bij een coach, therapeut of hoe zo’n mens ook maar heet. En die stelde de vraag: “en jij dan, hoe ben jij vriendelijk naar jezelf? Hoe geef jij dat vorm?”

“Besef je dat God ook van jou houd, jou ziet? En ook nog echt wil dat jij jezelf ook ziet, niet voorbij rent, maar echt eens aanijkt?”

Het is een oerwoud in haar hoofd. Een oerwoud aan stemmen, aan dromen, aan ervaringen, aan pijn, aan droogte en aan overstromingen.

Hoe vind ze hierin een nieuwe weg? …..het is toch ook goed???

Waar ging het mis, wanneer sloeg het door, wanneer heeft ze zichzelf buitengesloten van aandacht en vriendelijkheid? Ach eigenlijk weet ze dat wel…al heel, heel lang geleden. En nu?

Wie ben ik?

Waar ben ik?

Waarheen ga ik?

Zon verwarmt haar schouders als een deken. Het licht is haast te fel om tegenin te kijken.

De lucht is hoog en blauw.

Er is een weg.

Spread the love!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *